“Zeg, heb je de voordeur op slot gedaan?” vraagt ze aan haar man bij het naar bed gaan.
“‘k Geloof van wel!” zegt hij.
“Ja, geloven doe je maar in de kerk hoor!” zegt ze een beetje snibbig. “Weet je het niet zeker?”
Nee, hij komt er niet onderuit, hij moet weer even naar beneden. Alleen maar om tot de conclusie te komen dat die deur al lang op het nachtslot zat natuurlijk! Dat gaat gewoon automatisch zonder erbij na te denken!
Ja, geloven doe je maar in de kerk! Buiten de kerk, in het gewone leven, heb je niet zoveel aan geloven. Daar moet je het zeker weten. Geloven en de kerk, dat is alleen maar voor de liefhebbers. Een gewoon mens kan daar niet zoveel mee. En bovendien, als je er niet in opgevoed bent, dan kun je dat niet eens, geloven. Het moet je met de paplepel zijn ingegoten, anders is het onmogelijk. Natuurlijk is het wel mooi hoor, als je het geloof van huis uit meegekregen hebt, want je zal er best wel wat steun aan hebben. Maar als je er toevallig niet mee opgegroeid bent, dan zegt het je maar weinig.
Toch zou het niet zo moeten zijn. Want als God er is, dan is Hij er voor iedereen, of je er nu in opgevoed bent of niet. Als het waar is dat je alleen maar in God kunt geloven als je toevallig gelovig bent geboren, dan zou dat niet erg rechtvaardig zijn. Dan zou God om zo te zeggen discrimineren!
Maar hoe komt het nou dat we zo denken? Want het is natuurlijk niet voor niks dat we die indruk gekregen hebben. Misschien komt het omdat we een verkeerd idee hebben van wat geloven eigenlijk is. Kijk, voor veel mensen bestaat het geloven hoofdzakelijk uit allerlei regels en plichten die je moet vervullen om bij God in een goed blaadje te komen: wekelijks naar de kerk of naar de moskee, allerlei gebeden opzeggen, vrome liederen zingen, bepaalde feestdagen vieren, regelmatig vasten, kaarsen en wierook branden, allerlei geboden naleven en dat soort dingen. Tja, als je dat niet van jongs af aan hebt geleerd, dan is het bijna onmogelijk om dat op te brengen en het allemaal serieus te nemen. Bovendien krijg je door dit soort geloven ook al die ruzies. Want de één zegt dat het zus moet en de ander zo. En omdat ze er allemaal van overtuigd zijn dat hun eigen opvatting de enige juiste is, zien ze het als een heilige plicht om alle anderen te vuur en te zwaard te overtuigen, of ze via een heilige oorlog in de pan te hakken.
“Nou, geef iedereen gewoon het zijne, en doe geen gekke dingen, dan zit het wel goed!” zeggen we dan maar. “Dan zal God het ons echt niet kwalijk nemen dat we er verder niks aan doen. Want je wordt er toch doodziek van, van al die geloven en al die ruzies en oorlogen die ze met elkaar hebben!”
Toch is echt geloven heel wat anders gelukkig. Echt geloven is het persoonlijk leren kennen van God en aan Hem je leven toevertrouwen omdat je weet dat Hij van je houdt en het beste met je voor heeft.
Het echte geloven kun je vergelijken met de manier waarop een goede vader met zijn kind omgaat en andersom. Een goede vader vindt het fijn als zijn kind hem overal bij betrekt en ongedwongen met hem omgaat. Hij vindt het fijn om zijn kind van alles te leren zodat het weerbaar is en weet hoe het moet reageren op de omstandigheden. Hij troost en hij beschermt, hij bemoedigt en geeft goede raad.
Zo mag je ook met God leren leven. Dat is zijn bedoeling. Daarom kun je God ook je Vader noemen. En voor Hem maakt het niet uit of je daar nu wel in bent opgevoed of niet!
En weet je, God is niet ver, want we leven in Hem, en we bewegen ons in Hem, en we zijn in Hem, of we dat nu willen of niet. Alleen merken we er zo weinig van omdat we potdicht zitten! We sluiten ons ervoor af. Het is net als met een huis in de zonneschijn: van buiten is het allemaal licht en warmte, maar wanneer de luiken en deuren gesloten zijn, is het van binnen stikdonker en muf en stikt het er van het ongedierte.
Maar zo gauw de deur of de luiken worden opengedaan, verandert dat. Onmiddellijk komt het licht naar binnen, ook al staat de deur maar op een kier. Want het licht is altijd sterker dan de dikste duisternis! Misschien schrikt de bewoner eerst even van wat er dan aan het licht komt. Maar dat is niet erg, want dan kan er tenminste wat aan gebeuren!
Zo is het met jou en mij ook. Het enige wat er gebeuren moet, is dat we de deur van ons leven open doen om het licht en de warmte van God binnen te laten. Zo begint het.
Het contact met God is dus niet het eindpunt van een eindeloze weg van allerlei rituelen en geboden. We mogen met dat contact beginnen. Daar hoef je echt niet in opgevoed te zijn, dat ligt binnen bereik van iedereen.
Als je op deze manier gelooft en zo met God gaat leven, dan heb je maar weinig zin meer om daar ruzie over te gaan maken, dat snap je wel. Dat geharrewar krijg je alleen maar wanneer je denkt dat godsdienst bestaat uit het naleven van allerlei wetten en rituelen. Daar krijg je gegarandeerd meningsverschil over en iedereen wil gelijk hebben.
Maar als je God leert kennen als je hemelse Vader, dan wil je alleen maar dat anderen dat ook zo gaan beleven.
Van internet!
Liefs,
