Archief voor de ‘Verhalen’ Category

Een vader met drie kinderen

donderdag, juni 18th, 2009

 Een vader met drie kinderen

 Stel je eens een vader voor met drie kinderen.
De vader geeft zijn kinderen enkele veiligheidsinstructies:
Speel niet met vuur, drink geen vergif en blijf aan deze kant van de straat.
De volgende dag komen z’n kinderen ’s avonds thuis.
Ze zien er verschrikkelijk uit.

De een is half opgevreten door een hond:
Hij is aan de overkant van de straat geweest.
Zijn zusje is pikzwart en staat vol blaren:
Ze heeft een vuurtje gestookt achterin de tuin van een buurmeisje.
Nummer drie slaat groen en geel uit en gilt van de buikpijn:
Hij heeft gedronken uit die oranje fles in de garage
waar in grote letters VERGIF op staat.

Als deze drie kinderen hun vader zouden verwijten,
zou dat terecht zijn?

“Papa, waarom staat u toe dat ik me zo verbrand heb?”
“Pa, het is uw schuld dat ik vergiftigd ben!”
“Vader, u moest die hond van de buren allang doodgeschoten hebben!”
Is dat fair?

Wel, net zo min is het fair als wij uitroepen:
God, waarom sta je al die ellende toe?
God heeft de mensheid instructies gegeven:
Heb God lief boven alles en bemin anderen zoals je van jezelf houdt.
Het is alleen maar omdat we dat niet doen, dat er zoveel misloopt.

Bron: onbekend

 Liefs, 

me3

 

Het mosterdzaadje

zondag, juni 7th, 2009

Het mosterdzaadje

De enige zoon van een moeder stierf. In haar verdriet en wanhoop zocht ze een kluizenaar op, om te vragen of hij misschien haar zoon weer tot leven kon brengen.
De man ging niet in op haar verzoek, maar zei: “Brengt U mij een mosterdzaadje uit een huis dat nooit verdriet heeft gekend. Dat kunnen we gebruiken om het verdriet uit uw leven te verdrijven.”
De vrouw ging direct op pad om zo’n magisch zaadje te ontdekken. Maar welk huis ze ook binnen ging om haar verhaal te stellen, steeds opnieuw bleek dat ieder huis wel zijn eigen verdriet kende of had gekend.
De verhalen van de inwoners, of het nu vorsten waren of bedelaars, raakten de vrouw zodanig in haar hart dat ze een tijdje bleef om hen te troosten. Ze dacht bij zichzelf: “Wie is beter in staat om deze arme, ongelukkige mensen te helpen dan ik, die zelf ongelukkig ben?”
Ongemerkt begon ze in de loop der tijd door deze betrokkenheid bij anderen haar eigen verdriet te vergeten.
Ze vergat het magische mosterdzaadje, zonder te beseffen dat dit inderdaad het verdriet uit haar leven verdreven had….

 Liefs,

me3

 

Bidt en u zal gegeven worden

donderdag, mei 28th, 2009

Bidt en u zal gegeven worden

Bidt en u zal gegeven worden, dat staat er nou wel zo mooi in Mattheüs 7:7. Maar daar klopt toch niets van? Ik bid zo vaak, maar ontvangen “ho maar”.
 
Jan en Truus waren smoorverliefd en na wat jaren verkering trouwden zij. Op een gegeven moment kreeg Truus het idee dat Jan niet meer van haar hield. Dat idee zette zich steeds vaster in haar hoofd, maar Jan was stapel op haar. Hoe vaak Jan haar dat ook zei, Truus geloofde het niet en pakte haar koffer en emigreerde naar een ver en koud land.
 
Ze kon geen werk vinden, geen onderdak, had het koud en toen besloot ze om Jan te bellen en te vragen of hij haar geld, kleding en warme dekens te sturen. Maar hoeveel Jan ook van haar hield, hij stuurde het niet op. Hij zei: “kom eerst naar me toe en dan zal ik je alles geven wat je nodig hebt”.
De afloop vermoedt u misschien al: Truus ging uiteindelijk terug naar Jan, ze ontdekte hoeveel Jan van haar hield en bleef bij hem en wat ze aan hem gevraagd had, had ze niet meer nodig, ze had genoeg aan zijn liefde.
 
Zo gaat het ook vaak als wij God iets vragen, Hij zal ons niet altijd direct willen geven wat we vragen, maar als wij tot Hem bidden zal Hij ons geven op Zijn tijd en Zijn manier.
 

Cobie Verheij – de Peuter
2003

Liefs,

me3

Barsten in je leven

zaterdag, mei 2nd, 2009

Barsten in je leven

Het leven gaat soms niet over rozen. Er kunnen verschrikkelijke dingen gebeuren in een leven.
Zo erg dat je het niet meer ziet zitten. Je kunt niet meer verder door verdriet. Je leven barst letterlijk en figuurlijk bijna uit elkaar.
 
Als er barsten in je leven zijn, moet je weten dat die barsten niet hoeven te breken!
God kan ze lijmen, je blijft de barsten wel zien, maar jou kapot maken kunnen die barsten dan niet meer. Dat betekent dat je verdriet er natuurlijk wel is, maar God is daar dan bij. Hij ziet je verdriet.
 
Verdriet doet minder pijn als je weet dat het gezien wordt.
 
Psalm 10: U ziet het, want u aanschouwt moeite en verdriet, om het in Uw hand te leggen.
  
Cobie Verheij de Peuter

Liefs,

me3

Een vrolijk gebod

dinsdag, april 28th, 2009

EEN VROLIJK GEBOD!
                                                                                                  
Een poosje geleden was er op de tv eens een documentaire over een joodse man die een ernstige ziekte had opgelopen. Hij kwam in het ziekenhuis terecht en onderging allerlei onderzoeken. Nadat ze daar van alles hadden geprobeerd met allerlei therapieën en medicijnen, kwamen ze uiteindelijk tot de conclusie dat er maar weinig meer aan te doen was.
Toen las hij in het oude joodse boek “Spreuken van Salomo” de volgende spreuk: “Een vrolijk hart bevordert de genezing”. Dat sprak hem aan. Hij praatte er met de verplegers over en vroeg of hij misschien een videorecorder mocht hebben op de ziekenzaal met een paar komische films om zichzelf wat op te vrolijken. Dat werd toegestaan. Maar dat duurde niet lang. Want hij moest zo vreselijk lachen, dat de anderen op het zaaltje er door werden aangestoken. Voor degenen die net een operatie achter de rug hadden, was dat nogal pijnlijk en niet zo bevorderlijk voor de genezing. Dus werd hij met zijn lachfilmpjes naar een apart zaaltje gereden. Ik ben vergeten hoe lang de kuur duurde, maar volgens de documentaire had het effect. Hij begon te genezen en het duurde niet lang of hij mocht naar huis. Hij had zich beter gelachen!

Ja, een vrolijk hart bevordert de genezing zei Salomo. Ik denk dat daar veel waars in zit. Want het tegenovergestelde is ook waar. We weten allemaal dat je ziek kunt worden van verdriet. En van neerslachtigheid. En dat je van haat en nijd een maagzweer kunt krijgen. Of een hartinfarct. Dus waarom zou vrolijkheid niet een positieve uitwerking kunnen hebben op je gezondheid.
In de oude brieven van de eerste christenen kom je dat ook tegen. “Verblijd je te allen tijde!” schreef er één. Een vrolijk gebod om zo te zeggen. Het zou een vraag kunnen zijn bij een quiz: wat is het vrolijkste gebod uit de bijbel? Antwoord: Verblijd je te allen tijde!
Wel makkelijk gezegd! Je moet maar in de problemen zitten. Of onrechtvaardig behandeld worden. Of met ziekte hebben te kampen. Dan is er niet zoveel om je over te verblijden!
Nee, dat is ook zo, zeiden de eerste christenen. Maar je moet je ook niet verblijden over de omstandigheden! Want als daar je geluk van af moet hangen dan is het niet best. En ze wisten waar ze het over hadden. Want in die tijd hadden ze de wind niet mee. Nee, ze zeiden er iets bij: Verblijdt u in de Heer te allen tijde. En daar bedoelden ze dan mee dat je je blijdschap moet zoeken in datgene wat Jezus voor je wil betekenen. Daar kun je altijd blij mee zijn.

“Ja, een mooi zoethoudertje!” denk je misschien. “Altijd blij met een dooie mus!” Maar wanneer je een beetje thuis bent in de geschiedenis, dan weet je wel dat velen van hen in die tijd voor de leeuwen gegooid werden in de Romeinse arena’s. Of ze werden langs de hoofdweg in Rome bij honderden gekruisigd omdat ze het alsmaar over Jezus hadden. Als zúlke mensen zeggen dat je je te allen tijde kunt verblijden, dan is dat geen goedkoop geklets.
Hetzelfde lezen we van degenen die in de middeleeuwen door corrupte kerkelijke machthebbers tot de brandstapel werden veroordeeld omdat ze durfden te zeggen dat hun machtswellust niets meer met Jezus te maken had. Volgens betrouwbare overleveringen stonden sommigen te zingen terwijl ze in vlammen opgingen. Nee, deze mensen hadden een blijdschap die onafhankelijk was van de omstandigheden.

Maar wat kunnen we daar vandaag aan de dag nog mee? Want je kunt toch ook wel gelukkig en blij zijn zónder God en Jezus, of niet? Hoeveel mensen zijn er niet die helemaal niets geloven maar die toch gelukkig zijn en een fijn leven hebben!

Jawel. Natuurlijk kun je gelukkig wezen zonder gelovig te zijn. Maar waar ben je dan gelukkig mee? Met dingen waar je nooit zeker van kan zijn. Zolang de omstandigheden een beetje mee zitten, ben je gelukkig. Maar wat gebeurt er wanneer de omstandigheden gaan veranderen en alles mis gaat? Waar haal je dan je geluk en je blijdschap vandaan?

Weet je, wanneer je je geluk alleen maar vindt in dingen die je zo maar weer kwijt kunt raken, dan maak je je ècht blij met een dooie mus en een zoethoudertje.
In Kudelstaart, een klein plaatsje vlak bij Aalsmeer, woonde een aantal jaren geleden een bekend cabaretier. Hij had een mooi huis met veel antiek, en daar was hij erg gelukkig mee. Totdat inbrekers er lucht van kregen. Toen hij een keer een tijdje van huis was, haalden ze zijn woning leeg. Daarna kon hij nooit meer rustig van huis als er wat waardevols aan de kant hing. Dan moest hij het veilig laten opbergen. Zo was de aardigheid er gauw af. En zo is het met alles waar je gelukkig mee kan zijn. Op een gegeven moment is de aardigheid eraf.
“Och, zo is het leven”, zeg je misschien. “Je moet het treffen, dan heb je geluk. En tref je het niet, nou dan heb je pech gehad.” Maar dat was met het geluk van die eerste christenen niet zo. Dat hoefde je niet te treffen, dat was er voor iedereen. En niet voor een tijdje, maar blijvend. En niet alleen maar als ze de wind mee hadden, maar ook als alles tegenzat.
En dat geluk is er nog steeds. Daarvoor moet je, net als die eerste christenen, Jezus leren kennen. Te weten dat er Iemand is die je volkomen begrijpt, Iemand tegen wie je alles kunt zeggen en die de verantwoording van je over neemt voor het verleden en voor de brokken die je misschien hebt gemaakt, kijk, daar kun je blij mee zijn zonder bang te zijn dat het maar voor even is.
Als je Jezus leert kennen, dan vind je Iemand die dag en nacht voor je open staat, bij wie je je hart uit kunt storten en die je troosten kan.
Iemand die je helpt de goede keuzes te maken en een eind maakt aan je onvermogen om nee te zeggen als dat nodig is. Iemand die het voor je opneemt als je onrechtvaardig behandeld wordt of aan de kant wordt geschoven.

Gelukkig is het nog steeds mogelijk om Jezus te leren kennen. Je moet Hem uitnodigen om in je leven te komen. Als dat je aanspreekt, dan kun je dat gewoon tegen Hem zeggen. Je zult merken dat Hij er is als je het eerlijk meent.
Ja, wanneer je Degene leert kennen die je leven zinvol maakt en je rust geeft in je hart, dan heb je het echte geluk gevonden. Natuurlijk wordt er aan dat geluk vaak gerukt en getrokken. Maar te weten dat je leven in goede handen is, en dat je met je zorgen bij Hem terecht kunt, geeft vrede en een diepe blijdschap. Dan kun je alles wat tegen zit op een goede manier verwerken. Want een vrolijk hart bevordert de genezing! Nog steeds!

Van internet!

Liefs,

me3

Geloven doe je maar in de kerk!

zaterdag, april 25th, 2009

 

Zeg, heb je de voordeur op slot gedaan?” vraagt ze aan haar man bij het naar bed gaan.
“‘k Geloof van wel!” zegt hij.
“Ja, geloven doe je maar in de kerk hoor!” zegt ze een beetje snibbig. “Weet je het niet zeker?”
Nee, hij komt er niet onderuit, hij moet weer even naar beneden. Alleen maar om tot de conclusie te komen dat die deur al lang op het nachtslot zat natuurlijk! Dat gaat gewoon automatisch zonder erbij na te denken!

Ja, geloven doe je maar in de kerk! Buiten de kerk, in het gewone leven, heb je niet zoveel aan geloven. Daar moet je het zeker weten. Geloven en de kerk, dat is alleen maar voor de liefhebbers. Een gewoon mens kan daar niet zoveel mee. En bovendien, als je er niet in opgevoed bent, dan kun je dat niet eens, geloven. Het moet je met de paplepel zijn ingegoten, anders is het onmogelijk. Natuurlijk is het wel mooi hoor, als je het geloof van huis uit meegekregen hebt, want je zal er best wel wat steun aan hebben. Maar als je er toevallig niet mee opgegroeid bent, dan zegt het je maar weinig.
Toch zou het niet zo moeten zijn. Want als God er is, dan is Hij er voor iedereen, of je er nu in opgevoed bent of niet. Als het waar is dat je alleen maar in God kunt geloven als je toevallig gelovig bent geboren, dan zou dat niet erg rechtvaardig zijn. Dan zou God om zo te zeggen discrimineren!

Maar hoe komt het nou dat we zo denken? Want het is natuurlijk niet voor niks dat we die indruk gekregen hebben. Misschien komt het omdat we een verkeerd idee hebben van wat geloven eigenlijk is. Kijk, voor veel mensen bestaat het geloven hoofdzakelijk uit allerlei regels en plichten die je moet vervullen om bij God in een goed blaadje te komen: wekelijks naar de kerk of naar de moskee, allerlei gebeden opzeggen, vrome liederen zingen, bepaalde feestdagen vieren, regelmatig vasten, kaarsen en wierook branden, allerlei geboden naleven en dat soort dingen. Tja, als je dat niet van jongs af aan hebt geleerd, dan is het bijna onmogelijk om dat op te brengen en het allemaal serieus te nemen. Bovendien krijg je door dit soort geloven ook al die ruzies. Want de één zegt dat het zus moet en de ander zo. En omdat ze er allemaal van overtuigd zijn dat hun eigen opvatting de enige juiste is, zien ze het als een heilige plicht om alle anderen te vuur en te zwaard te overtuigen, of ze via een heilige oorlog in de pan te hakken.
“Nou, geef iedereen gewoon het zijne, en doe geen gekke dingen, dan zit het wel goed!” zeggen we dan maar. “Dan zal God het ons echt niet kwalijk nemen dat we er verder niks aan doen. Want je wordt er toch doodziek van, van al die geloven en al die ruzies en oorlogen die ze met elkaar hebben!”

Toch is echt geloven heel wat anders gelukkig. Echt geloven is het persoonlijk leren kennen van God en aan Hem je leven toevertrouwen omdat je weet dat Hij van je houdt en het beste met je voor heeft.
Het echte geloven kun je vergelijken met de manier waarop een goede vader met zijn kind omgaat en andersom. Een goede vader vindt het fijn als zijn kind hem overal bij betrekt en ongedwongen met hem omgaat. Hij vindt het fijn om zijn kind van alles te leren zodat het weerbaar is en weet hoe het moet reageren op de omstandigheden. Hij troost en hij beschermt, hij bemoedigt en geeft goede raad.
Zo mag je ook met God leren leven. Dat is zijn bedoeling. Daarom kun je God ook je Vader noemen. En voor Hem maakt het niet uit of je daar nu wel in bent opgevoed of niet!

En weet je, God is niet ver, want we leven in Hem, en we bewegen ons in Hem, en we zijn in Hem, of we dat nu willen of niet. Alleen merken we er zo weinig van omdat we potdicht zitten! We sluiten ons ervoor af. Het is net als met een huis in de zonneschijn: van buiten is het allemaal licht en warmte, maar wanneer de luiken en deuren gesloten zijn, is het van binnen stikdonker en muf en stikt het er van het ongedierte.
Maar zo gauw de deur of de luiken worden opengedaan, verandert dat. Onmiddellijk komt het licht naar binnen, ook al staat de deur maar op een kier. Want het licht is altijd sterker dan de dikste duisternis! Misschien schrikt de bewoner eerst even van wat er dan aan het licht komt. Maar dat is niet erg, want dan kan er tenminste wat aan gebeuren!
Zo is het met jou en mij ook. Het enige wat er gebeuren moet, is dat we de deur van ons leven open doen om het licht en de warmte van God binnen te laten. Zo begint het.

Het contact met God is dus niet het eindpunt van een eindeloze weg van allerlei rituelen en geboden. We mogen met dat contact beginnen. Daar hoef je echt niet in opgevoed te zijn, dat ligt binnen bereik van iedereen.
Als je op deze manier gelooft en zo met God gaat leven, dan heb je maar weinig zin meer om daar ruzie over te gaan maken, dat snap je wel. Dat geharrewar krijg je alleen maar wanneer je denkt dat godsdienst bestaat uit het naleven van allerlei wetten en rituelen. Daar krijg je gegarandeerd meningsverschil over en iedereen wil gelijk hebben.
Maar als je God leert kennen als je hemelse Vader, dan wil je alleen maar dat anderen dat ook zo gaan beleven.

Van internet!

Liefs,

me3

Een handvol klachten!

donderdag, februari 26th, 2009

„Ik heb een hand vol klachten”, zegt ze. „Zal ik ze eens allemaal opnoemen?”
Ik schuif wat onrustig in mijn stoel.
Ach, heden, daar heb je weer zo’n klaagverhaal!
Ik heb er al wat in mijn leven moeten aanhoren…
Ik zou een hele ‘bijbel’ vol met klaagliederen kunnen schrijven, neem dat maar van mij aan.
Maar ja, wat doe je als het je werk is?
Wat doe je, als je geroepen bent om in Jezus’ naam klaagverhalen aan te horen?
Als niemand, helemaal niemand meer naar je luisteren wil, dan pas ben je echt eenzaam…
„Nou, vooruit,” zeg ik, al mijn moed bij elkaar rapend, „laat maar eens horen…”
En dan begint ze haar litanie:
„Eerste vinger: mijn werkloze man.
Tweede vinger: mijn darmklachten.
Derde vinger: mijn oogziekte
Vierde vinger: mijn rumoerige buren.
Vijfde vinger: mijn jaloerse familie.
Ziet u wel: een hele hand vol!”
Het klinkt bijna triomfantelijk en als ik goed naar haar gezicht kijk, dan lijkt het wel alsof ze zeggen wil:
Ziezo, daar heb je niet van terug, he?
Ik knik.
„Dat is met mis”, zeg ik.
„Dat is inderdaad een hele hand vol.

En die andere hand dan, als ik vragen mag?”
„O, dat zijn de zegeningen”, zegt ze – en nu is het alsof haar gezicht begint te stralen.
„Wilt u die ook horen?”
„Nou, als het niet te veel gevraagd is, wel graag, ja”, zeg ik, nog stomverbaasd over deze onverwachte wending.
„Nou, daar gaan we dan.

Eerste vinger: dat we nog elke dag genoeg te eten hebben.
Tweede vinger: dat we zo’n mooi huis hebben.
Derde vinger: dat er altijd mensen zijn die me willen helpen.
Vierde vinger: dat ik niet nog veel meer ziektes heb.
Vijfde vinger: dat ik aan de andere kant rustige buren heb.
Nou, dat is ook precies een hand vol, ziet u wel?”
Ik kan het niet ontkennen.
In stilte kijk ik naar haar beide, naar mij toegestoken handen.
Het zijn twee handen die al heel wat verdriet hebben gedragen.
Twee handen die al heel wat tranen hebben weggeveegd.
Twee handen die zich vaak tot een vuist gebald hebben. ‘
Twee handen die weten wat „leven” is… „En weet u, wat ik nou zo mooi vind?
„Nou?”, vraag ik.
„Wat er gebeurt als je gaat bidden.”
 „Als je gaat bidden?”
„Ja, als je gaat bidden, dan gebeurt er iets met je handen.
Kijk, dan gaat mijn rechterhand, die van de zegeningen, naar de linker, ziet u wel?
En dan vouw ik de vingers van mijn rechterhand, die vingers van de zegeningen, tussen de vingers van mijn linkerhand.
En dan komen dus eigenlijk al die zegeningen tussen die beroerde dingen in te zitten.
Dan houd ik dus eigenlijk die vervelende dingen tegen met mijn zegeningen, als u begrijpt wat ik bedoel.
En zo bid ik dan.
Dan zeg ik eerst tegen God waar ik over in zit en wat me pijn doet.
Maar daarna tel ik de zegeningen, begrijpt u wel, die vijf van mijn rechterhand.
En dan zeg ik tegen God: Dank u wel, Here God, dat ik die andere hand ook nog heb!
Die houdt de zaak mooi in evenwicht, vindt u niet?
En zo bid ik dan, begrijpt u wel?
Ik vouw de zegeningen gewoon tussen de beroerde dingen in. En dan is het net alsof ze niet zo beroerd meer zijn…”
Ik knik opnieuw.
Ik vouw mijn handen.
En in gedachten tel ik – tot tien.
 
uit: dichterbij de overzij

Waar ben ik welkom?

woensdag, februari 18th, 2009

Het was al de derde keer dat hij had geprobeerd om een dienst bij te wonen.
Hij wist dat hij het antwoord in de kerk zou kunnen vinden.
Maar het leek wel alsof hij niet goed genoeg was, alsof ze hem niet wilden.
Snikkend dacht hij na.
Hij had zo graag meer gehoord over de Man die zijn fouten ongedaan zou kunnen maken……
 
Hij had er over gelezen, in een folder. Een man uit de kerk had hem dat ding zelf gegeven, maar ze wilden hem niet, in ieder geval niet in de kerk.
 
Een zwart pak bij de deur had gezegd dat hij stonk, en dat zijn kleren niet gepast waren voor een kerk als deze.
In het huis van God, daar moest respect zijn, zo had hij hem verteld. En dat begreep hij, want God moest een God zijn waar je respect voor kon hebben, dat wist hij zeker.
Hij was een Koning, dat had hij zelf gelezen.
Bij het Leger des Heils zou hij vast wel een pak kunnen vinden.
Volgende week, dan zou hij de Koning uit de Bijbel ontmoeten.
 
Maar zo gemakkelijk was het niet gegaan.
Want ook het pak was niet voldoende. Natuurlijk, hij was welkom, maar dan wel als zijn haar geknipt zou zijn.
Het was hier geen huis voor daklozen, de kerk is een heilig huis, hadden ze gezegd.
En ja, hij was niet zo heilig, nee, hij was een zondaar van de ergste soort.
Maar om opnieuw te kunnen beginnen moest hij Diegene leren kennen die Hem kon vergeven. En dat was Jezus, de Man uit de Kerk.
 
Nu zat hij huilend op het bankje. Hij rilde van de kou.
Hoe hij het ook had geprobeerd, het leek wel of hij Hem nooit zou kunnen ontmoeten.
Zou hij ooit nog verder komen dan de deur?
Niets leek goed genoeg geweest, en hadden ze hem weggestuurd, zonder enige reden.
 
Naast hem was een Man gaan zitten.
Hij had zijn hand op zijn schouder gelegd.
“Huil maar niet”, zei Hij.
“Ik probeer al jaren de Kerk binnen te komen, en het is Mij ook nog steeds niet gelukt.
Kom maar bij Mij, Ik ben het, Jezus, Degene naar wie je al die tijd op zoek bent geweest…..”
 
 
Uit: Op zoek naar jou

De aanhouder wint

donderdag, februari 12th, 2009

De aanhouder wint

In de tweede wereldoorlog was er een Amerikaans soldaat, die op de Filippijnen gevangen zat. Hij was erg moedeloos. “Ik wou dat ik dood was”, dacht hij. “Nooit zal ik mijn vaderland terugzien.” Maar toen zag hij naast zich een miertje lopen. Omdat de soldaat toch niets te doen had, ging hij het maar bestuderen. Het beestje liep naar de muur en probeerde er overheen te komen. Dat mislukte, halverwege viel het weer naar beneden.

“Jammer,” dacht de soldaat, die het miertje wel de vrijheid gunde. Het kleine ding gaf de moed niet op. Weer klom het naar boven en … weer viel het. Voor de grap ging de soldaat eens tellen hoe vaak het miertje het probeerde. Hij kon lang tellen, pas na 77 keer lukte het de mier om over de muur heen naar buiten te klimmen.

De soldaat dacht na over zijn eigen hopeloze situatie. “O God,” bad hij, “als zo’n klein beestje de moed niet opgeeft, zal ik het ook niet doen. Eenmaal zal ik weer als een vrij man rondlopen.”

En zo gebeurde het. Dit verhaal heeft hij aan veel mensen doorverteld.

In de Bijbel staat: Jullie hebben volharding nodig om de wil van God doende, te verkrijgen hetgeen beloofd is.

Volhouden dus hé?

Liefs,

me3

Volg je hart

dinsdag, februari 3rd, 2009

Volg je hart

Op een dag gingen Hodja en zijn zoon op reis. Hodja gaf er zelf de voorkeur aan te lopen en zette zijn zoon op de rug van de ezel. Zo gingen ze op weg tot zij een paar mensen tegenkwamen die zeiden: “Zie daar de wereld op zijn kop. De jeugd heeft geen respect meer voor de ouderdom. Die gezonde jongen rijdt op een ezel, terwijl zijn arme, vermoeide vader nauwelijks vooruit komt.”

Toen de jongen dit hoorde schaamde hij zich. Hij stapte af en stond erop dat zijn vader verder zou rijden. Zo liepen ze voort, Hodja op de ezel en de jongen te voet.

Even later kwamen ze weer mensen tegen die zeiden: “Moet je dat zien! Wat een ontaarde vader, die zelf lekker op de ezel zit en zijn kind laat lopen.”

Na dit verwijt draaide Hodja zich naar zijn zoon en zei: “Kom we zullen samen op de ezel rijden.” Ze vervolgden hun weg, tot zij mensen tegenkwamen die zeiden: “Kijk, dat arme beest! Zijn rug zakt door onder het gewicht van hen beiden, wat een dierenbeulen!”

Daarop zei Hodja tot zijn zoon: “Laten we afstappen. Het is beter dat we allebei te voet gaan, dan kan niemand ons nog verwijten maken.”

Zo liepen ze verder achter hun ezel. Tot een stel voorbijgangers wederom commentaar leverde: “Zie wat voor dwazen er op de wereld zijn. Ze lopen in de brandende zon en geen van beiden denkt eraan om op de ezel te gaan zitten.”

Hodja draaide zich om naar zijn zoon en zei: “Je hebt het gezien, mijn zoon. Hoe je je ook gedraagt, op en aanmerkingen zullen altijd je deel zijn. Leer daarom je eigen hart te volgen.”

Liefs,

me3